maandag 11 maart 2013

Richtlijn


Natuurlijk wil ik het gedoe over de vergoeding via ONVZ zo snel mogelijk helder hebben.
Helaas kon vanavond nog geen antwoord worden gegeven, want degenen die hier overgaan, zijn alleen tijdens kantoortijden aanwezig. Ik word nu morgen teruggebeld als het goed is.
Er was in nu nog geen genomen besluit bekend, maar dat moet wel heel snel komen.
Ik blijf dus nog even in spanning. Wel mooi vond ik dat het VU in hun brief aan ONVZ verwijst naar www.cvz.nl die in een artikel over hoe verzekeringsmaatschappijen m.b.t. Transseksualiteit geadviseerd worden te handelen:

Epilatie baard (gezichts- en halsbeharing):
Beoordeling criterium verminking
De beharing in het gezicht en in de hals reageert nauwelijks op de hormonale therapie.
De transseksueel die in de vrouwrol leeft (gedurende real-life-experience) respectievelijk
vrouw is geworden, zal nog altijd de mannelijke baardgroei hebben. Ontharing zal dus
noodzakelijk zijn. De v raag is of volstaan kan worden met haarverwijderingstechnieken
die geen blijvend resultaat hebben, zoals bijvoorbeeld scheren of harsen (eventueel in
combinatie met make-up). Leveren deze technieken over het algemeen een zodanig
resultaat op dat het eerder genoemde schrikeffect voorkomen wordt en welke overwegingen zijn
verder nog van belang hierbij? Voor het beantwoorden van deze v raag zijn
de volgende punten relevant. Bij de genoemde niet-permanente haarverwijderingstechnieken is sprake van een snelle hergroei van haren en deze technieken geven veelal –
vooral als sprake is van een uitgesproken baardgroei volgens een typisch mannelijk
patroon – ook niet een afdoende vrouwelijk resultaat. Een afdoende resultaat juist op dit
onderdeel (het v oor iedereen zichtbare gezicht) is van groot belang om het genoemde
schrikeffect te voorkomen. Baardgroei is namelijk bij uitstek één van de kenmerken die
direct onlosmakelijk in verband wordt gebracht met het mannelijke geslacht.2 Een
afdoende resultaat is ook belangrijk om tot een verantwoorde, definitieve diagnosestelling te kunnen komen. De diagnose transseksualiteit wordt in eerste instantie
tentatief gesteld, waarna vervolgens de diagnose in de praktijk wordt getoetst.
De patiënt gaat daartoe gedurende ongeveer 1,5 jaar voltijds leven in de gewenste
geslachtsrol, de real-life-experience. Vanwege de onomkeerbaarheid van de
geslachtveranderende operaties is het belangrijk dat met voldoende zekerheid kan
worden vastgesteld dat er sprake is van transseksualiteit. Vereist is daarom dat in de
real-life-experience de gewenste geslachtsrol zo veel mogelijk wordt benaderd.
Het hebben v an een vrouwelijk gezicht, hetgeen optimaal kan worden bereikt door
elektrische epilatie of selectieve fotothermoly sis (laserbehandeling of flitslamptherapie)
draagt daartoe zonder meer bij en moet - in het kader van de diagnosestelling – als
noodzakelijk worden bestempeld.
Geconcludeerd kan worden dat permanente haarverwijdering in het gezicht en de hals
veelal noodzakelijk is teneinde genoemde schrikeffecten te voorkomen. Er kan dus
sprake zijn van verminking als bedoeld in artikel 2.4, lid 1, onder b, ten tweede van het
Besluit zorgverzekering. Het belang van een zorgvuldige diagnosestelling brengt
bovendien met zich mee dat aan permanente haarverwijdering in het gezicht en de hals –
waarmee immers het beste resultaat kan worden bereikt - de voorkeur moet worden
gegeven bov en de niet-permanente technieken.
Permanente haarverwijderingstechnieken
Zoals gezegd, zijn haarverwijderingstechnieken met een blijvend resultaat elektrische
epilatie en selectieve fotothermoly sis. Bij elektrische epilatie wordt iedere haar
afzonderlijk met een naaldje aangeprikt en verhit. Dit is zeer tijdrovend en pijnlijk en
ongeschikt v oor grotere opperv lakken. Littekenvorming is bovendien niet ongewoon.
Dit moet zeker in het gezicht worden vermeden. Selectieve fotothermoly sis berust op de
preferente absorptie van hoog energetisch licht, hetzij licht vanuit een flitslamp, hetzij
vanuit een laser, door het pigment melanine in de haarfollikel. Door deze verhitting
wordt een haarfollikel dermate beschadigd, dat hergroei uitblijft of dat slechts een
vellushaartje resteert (donshaar), zonder beschadiging v an omliggende structuren.
Omdat haarfollikels alleen in de groeifase gevoelig zijn v oor therapie, dient de behandeling meerdere malen herhaald te worden met 6-8 weken tussenpoos. Grote oppervlakken kunnen in een kortdurende sessie behandeld worden. Een lichtflits duurt enkele
milliseconden en belicht een groot aantal follikels tegelijkertijd. Met laser/flitslampbehandeling, mits goed uitgev oerd, treedt geen littekenvorming op. De behandeling
wordt in het algemeen goed verdragen en is veel minder pijnlijk en tijdrovend dan
elektrische epilatie. Na een behandeling kunnen de dagelijkse bezigheden direct hervat
worden. Blonde, witte en rode haren missen het benodigde pigment melanine en
reageren derhalve nauwelijks of niet op deze laser/flitslamp behandeling. Elektrische
epilatie is dan de enige reële optie.
Het succes van de behandeling van transseksuelen is afhankelijk van de kwaliteit van de
gebruikte apparatuur en de ervaring van de behandelaar. Het is dus van belang dat de
patiënt bij de juiste behandelaar terecht komt. Het Genderteam kan daarin een rol
vervullen door de patiënt te verwijzen naar een dermatoloog of een huidtherapeut
waarvan bekend is dat die de juiste apparatuur en ervaring heeft. Ook de beroepsgroep
van dermatologen en de beroepsgroep van huidtherapeuten kunnen hierin sturend
optreden door (bijvoorbeeld v ia de website van de beroepsgroep) kenbaar te maken
welke behandelaars gespecialiseerd zijn in de behandeling van transseksuelen.
Aantal behandelingen
Er zijn grote inter-individuele verschillen in de intensiteit van de beharing. Deze zijn
vooral familiair en raciaal bepaald. Om in het gelaat een acceptabele reductie van
haargroei te bereiken zijn in ieder geval 10 behandelingen nodig. Bij personen met
blond, rossig of wit/grijs haar of bij personen met een zeer donkere huidtype zijn v aak
meer sessies met elektrische epilatie nodig. Jonge transseksuelen die vanaf de puberteit
onder (reversibele) GnRH-analoge behandeling staan en vanaf de 16-jarige leeftijd met
hormonen zijn behandeld ontwikkelen weinig baardgroei. Bij deze groep zal epilatie niet
tot nauwelijks nodig zijn.
Toestemmingsbeleid zorgverzekeraars
Over het algemeen is het zo dat zorgverzekeraars in de polis hebben bepaald dat ervoor
behandelingen v an plastisch-chirurgische aard (waaronder de epilatie van gezichts- en
halsbeharing) voorafgaande toestemming van de zorgverzekeraar is v ereist. Zorgverzekeraars kunnen hun toestemmingsbeleid zo inrichten dat voor 10 behandelingen
(epilatie van gezichts- en halsbeharing) in beginsel standaard toestemming wordt
verleend en als er naar het oordeel van de behandelaar meer dan 10 sessies nodig zijn
de zorgverzekeraar de vervolgsessies (bov en de 10) afzonderlijk op noodzakelijkheid
beoordeeld. Deze beoordeling vindt dan plaats aan de hand van door de behandelaar te
verschaffen informatie, waarmee wordt onderbouwd dat meer dan 10 sessie nodig zijn
voor het bereiken van een acceptabel resultaat.”





Geen opmerkingen:

Een reactie posten