Het was weer tijd voor logopedie. Mijn logopediste vind dat ik echt vooruitgang boek. Nu doe ik bij haar ook altijd extra mijn best. Bovendien had ik in de wachtkamer nog even naar een video van Melanie Ann Phillips gekeken die ik op mijn I-phone heb staan. Dat inspireert goed. Zo weet ik dat het vrouwelijke niet zozeer ligt in de toonhoogte, maar meer de intonatie. Mannen spreken veel monotoner. Vrouwen maken ook meer gebaren bij het spreken. Daar probeerde ik ook op te letten en dat pakte kennelijk goed uit. Ook het taalgebruik is verschillend. We hebben een dialoog geoefend met een moeder en dochter situatie.
Dat gaat bijvoobeeld zo:
moeder: Ik heb 1 abrikozenvlaai en 2 kwarktaarten
dat is nooit genoeg voor vanavond.
dochter: Haal je toch nog een taart
moeder: Ik heb 1 abrikozenvlaai en 2 kwark
zou dat niet genoeg zijn?
dochter: haal je geen taart.
Moeder: Ik kan ook zelf nog een appeltaart bakken.
dochter: dat kan ook
Nou zo gaat het verhaal nog door, maar het leuke is dat ik dan bijvoorbeeld de moeder speel, en de logopediste de dochter. Zo kan je ook spelen met resonanties.
We deden ook een variant met vader en zoon. Waarbij ik de vader moest vervangen door "moeder".
In de dialoog gaat het alsvolgt:
vader: moet die jas daar hangen?
zoon: ach
Vader: is dat een kapstok?
Zoon: nee
dat is een stoel
Vader: Je loopt er verdomme langs
langs de kapstok.
zoon: Ja ik weet het
Je hoeft mij niet te vertellen wat een kapstok is.
Bij het oefenen van deze scene viel het meteen op, dat het taalgebruik veel te masculien is.
De vaderrol past duidelijk niet voor de ingevulde "moeder".
Aan het eind van de logopedie heb ik weer goede moed. Hopelijk gaat het lukken om het feminien spreken
wat meer vol te houden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten